_________________
PERSINFORMATIE

 

Bijlage bij Persbericht Marie Tak van Poortvliet Museum Domburg * April 2009
* Citaten en foto’s

Een innerlijke drang om vorm te geven: achttien vrouwelijke kunstenaars in Domburgs bloeiperiode

Citaten uit de inleidende artikelen over Domburg van Francisca van Vloten, in de publicatie ‘Een Tere Stilte en Een Sterk Geluid: Domburgse Dames en Veerse Joffers’:
Bij overname s.v.p. haar naam vermelden

 ‘Er is een mooie, teere stilte in deze Zeeuwsche kunst’, schreef de journalist en criticus C.K. Elout naar aanleiding van de Domburgsche Tentoonstelling van 1920. ‘Gelijk over het zware land van Walcheren. Maar men zou er soms – soms want deze stilte is een groote schat in onzen tijd van grof en brijzelend lawaai – wel eens een sterk geluid in willen hooren. Al ware ’t dan maar – een schreeuw.’
Een tere stilte en een sterk geluid – dat is een mooie omschrijving voor wat zich in de kunstenaarskolonie Domburg afspeelde tijdens haar bloeiperiode.
De omgeving inspireerde tot beide en de kunstenaars vertegenwoordigden eveneens beide: men zag er dromerige werken naast met kracht neergezette, sterke naast zwakke, grote persoonlijkheden naast kleine, en rumoerige naast van rust doortrokken levens.
 

                            
                 Mies Elout-Drabbe, z.j.           Betsy van Manen, 1904             Jacoba van Heemskerck, 1909
     

In de herinnering van de kunstenares Mies Elout-Drabbe (1875-1956) was er tussen 1901 en 1914 ‘een levendig kunstgedoe’ in de badplaats: ‘Toorop had een comité bij elkaar gebracht om een permanente (’s zomers dan) tentoonstelling te organiseren. […] Dit comité heeft jarenlang op de meest vriendschappelijke en eensgezinde manier de jaarlijkse tentoonstelling in het aardige witte gebouwtje gehouden.’
Jan Toorop stond rond 1900 op het toppunt van zijn roem. Na een bliksembezoekje in 1896, had hij op uitnodiging van Mies Drabbe in 1898 voor het eerst enkele dagen in Domburg doorgebracht. Het was het begin van een levenslange vriendschap met de familie Drabbe, en in het bijzonder met Mies. Zij trouwde met burgemeesterszoon Paul Elout (1873-1956), die in 1903 tot directeur van de Domburgsche Zeebadinrichting werd benoemd.
Toorops vaste logeeradres werd een huisje tegenover de Nederlandse Hervormde kerk. Naast vele vrienden uit de literaire en de muziek- en theaterwereld kwamen collega’s als Otto van Rees, Piet Mondriaan en Lodewijk Schelfhout in zijn kielzog naar de badplaats. De Domburgsche Tentoonstellingen organiseerde hij samen met Mies Elout en met hulp van collega-kunstenaars als Ferdinand Hart Nibbrig, Jacoba van Heemskerck en Jan Heyse.

Hoewel de rechtstreekse banden met het buitenland door de Eerste Wereldoorlog werden verbroken, was het kunstleven in Domburg ook na 1914 nog veelzijdig en van betekenis.
De Domburgsche Tentoonstellingen hadden aanvankelijk een ‘Walchersch’ karakter: de deelnemers woonden of werkten in de zomer op Walcheren. De uit België gevluchte kunstenaars rekende men daar ook toe. Vanaf 1916 werden de exposities breder van opzet en nodigde men ook niet op Walcheren werkende kunstenaars uit.

 

             
        Mar. en Henri Le Fauconnier, z.j.  Caroline van Hook Bean, z.j.    Suze Robertson, z.j.

 

In 1921 werden er twee exposities van moderne internationale grafiek in het Domburgse tentoonstellingsgebouwtje gehouden waarvoor voornamelijk werk van Nederlandse en Belgische kunstenaars was ingezonden. Het was niet het nationale karakter dat de deelnemers bond, schreef de kunstverzamelaar en mecenas Marie Tak van Poortvliet (1871-1936) in het blad Op de Hoogte, maar de gelijkheid van streven waarbij ‘het individu scheppend optreedt uit innerlijken drang om vorm te geven aan datgene, wat als idee in hem leeft en woelt’. De weg leek open te staan voor de nieuwe ontwikkelingen. Maar toen het gebouwtje na hevige stormen in de winter van 1921 op 1922 dreigde in te storten, besloot men het neer te halen en niet te herbouwen. Zo kwam er met een zekere symboliek een einde aan de tentoonstellingen.

Een veelheid van stijlen is in het algemeen kenmerkend voor de Domburgsche Tentoonstellingen; het niveau van de tentoongestelde werken lag dikwijls ver uiteen. Ook hier kan men metaforisch spreken van een tere stilte en een sterk geluid. Kwaliteit was niet de verbindende factor, veeleer lag die in onderlinge vriendschappen, liefde voor het Walcherse land en plezier in het werk.

 

           
        Marie de Jonge, z.j.                           Roline Wichers Wierdsma, z.j.             Carry van Biema, z.j.

 

Bij de negen tentoonstellingen die van 1911 tot en met 1920 werden georganiseerd – alleen in 1918 was er geen expositie, omdat er soldaten in het gebouwtje gelegerd waren – verschenen catalogi: 69 kunstenaars namen in totaal deel, zeventien daarvan waren vrouwen. Uit recensies is te achterhalen dat in elk geval veertig kunstenaars aan de exposities van 1921 meededen, onder wie vijf vrouwen – vier die al eerder in Domburg hadden geëxposeerd en een nieuweling.
Deze achttien kunstenaressen die aan een of meer van de Domburgsche Tentoonstellingen deelnamen werden voorafgegaan door de Brusselse Euphrosine Beernaert (1831-1901), die Walcheren een tijdlang als haar belangrijkste inspiratiebron beschouwde.

            
Charley Toorop           Miek Janssen           Mies (Elout-)Drabbe  Carry van Biema   Jac. van Heemskerck

 

De achttien vrouwelijke kunstenaars waren: Mies Elout Drabbe (1875-1956), Lucie van Dam van Isselt (1871-1949), Jacoba van Heemskerck (1876-1923), Charley Toorop (1891-1955), Betsy van Manen (1873-1915), Roline Wichers Wierdsma (1891-1970), Miek Janssen (1890-1953), Caroline van Hook Bean (1879-1980), Maroussia Le Fauconnier-Barannikoff (1887-1932), Ada Góth-Löwith (1877-1950), Sárika Góth (1900-1992), Marie Evers-Keg (1887-1973), Marie van der Harst (1862-1938), Lizzy Ansingh (1875-1959), Suze Robertson (1855-1922), Sara Bisschop (1894-1992), Marie de Jonge (1872-1951) en Carry van Biema (1881-1942).
_____________________________________________________________________

Voor meer informatie over bepaalde kunstenaressen en voor fotomateriaal van drukwerkkwaliteit: avhout@zonnet.nl.

Marie Tak van Poortvliet Museum Domburg
Ooststraat 10a | 4357 BE Domburg | T 00.31.(0)118.58 46 18
www.marietakvanpoortvlietmuseumdomburg.nl