Opening 19 juni 2004
Tekst uitgesproken door Francisca van Vloten bij de opening van de tentoonstelling Moen. Tussen Toorop en Mondriaan. De kunstenares Mies Elout-Drabbe 1875-1956 en de presentatie van het gelijknamige boek op 19 juni 2004 in het Marie Tak van Poortvliet Museum Domburg
Dames en heren,
U luisterde naar de Domburgse muziekvereniging Apollo, die in 1900 werd opgericht. Als klein jongetje hoorde Frans Elout, de zoon van de kunstenares Mies Elout-Drabbe, het gezelschap 's avonds oefenen als hij in bed lag het geluid van een trompet, van blaasinstrumenten gaf hem een vredig gevoel. De Elouts woonden midden in het dorp en deelden in het wel en wee van de Domburgse gemeenschap.
Honderd jaar geleden was Walcheren nog mooier dan nu, er liepen talloze kronkelweggetjes over het eiland, die in het late voorjaar omzoomd waren door meidoornhagen en getooid met bruidssluier. Overal geurden bloemen en onkruid, de graan- en tarwevelden waren doorsprenkeld met korenbloemen en klaprozen. Aan de randen van de slootjes bloeiden kruizemunt en parnassia, in de bossen kastanjes en langs de wegen stond een overdaad aan iepen. Een paradijs voor dieren vogels, vissen, wild en voor mensen. Zoals Frans Elout zei: Heel de natuur, heel het eiland lachte.'
Frans Elout overleed in 1994, tien jaar geleden. Kort voor zijn dood heb ik hem beloofd een tentoonstelling en een boek over zijn moeder en haar werk te maken. Na voorbereidend onderzoek heb ik in 2003 een restauratieproject opgezet voor de zeer verwaarloosde collectie Elout-Drabbe. Met de geweldige inzet van Krisztián Horváth, de restaurator, en mijn medewerkers van Domburg@art Manon Knook, Arnold van Houtum en als interim-medewerker Lemke van Slijpe, is het mede dankzij enkele heel bijzondere bruiklenen - gelukt een tentoonstelling te organiseren die, naar mijn idee, Mies Elout recht doet.
Mies Elout-Drabbe leefde en werkte voornamelijk in Domburg. Samen met Jan Toorop en met hulp van collega's als Ferdinand Hart Nibbrig, Jacoba van Heemskerck en Jan Heyse organiseerde zij de bekende Domburgse Tentoonstellingen, die tussen 1911 en 1921 hebben plaatsgehad.
Mies Elout kreeg haar eerste lessen van Willem Schütz in Middelburg. Ze wordt vaak genoemd als leerling van Toorop, maar ook Piet Mondriaan heeft zijn invloed op haar gehad. Dankzij Toorop heeft Mies Elout een opleiding aan de Haagse Academie gevolgd. Hij was de leermeester die haar een gevoel voor vlakverdeling bijbracht, voor schaduwwerking en het samenspel van lijnen; van Mondriaan leerde zij haar onderwerpen monumentaler te behandelen, meer met contrasten te werken en de betekenis van een enkele lijn te beproeven.
Dat leidde tot experimenten met de vorm, die zij helaas niet heeft doorgezet.
Desondanks zijn er prachtige schilderijen en tekeningen van haar bewaard gebleven, variërend van portretten tot landschappen, bos- en zeegezichten, tuinstukken, dier- en figuurschilderingen en stillevens.
Niet alleen hier in het Marie Tak van Poortvliet Museum Domburg, maar ook in de Zeeuwse Bibliotheek in Middelburg kunt u daar bijzondere voorbeelden van zien.
Veel van Mies Elouts portretten zijn kinderportretten, vaak met potlood getekend en met een enkele vage kleuraanduiding. Het accent ligt vrijwel altijd op de ogen. De spiegels van de ziel, zou men kunnen zeggen. De gezichtjes gaven immers nog niet veel door het leven getekende trekken weer.
Voor haar andere portretten gebruikte ze naast olieverf ook wel krijt en pastel. Zij pointilleerde tot rond de Eerste Wereldoorlog. Vooral landschappen en bosgezichten in olieverf en kleurpotlood. Met olieverf bereikte ze daarin meermalen een tere, gedempte kleurschakering, die kenmerkend voor haar lijkt.
In andere werken probeerde ze achter de zichtbare werkelijkheid een diepere of zo u wilt hogere - werkelijkheid weer te geven. Daarin school een symbolistisch aspect.
Haar experimenten, ten slotte, verlieten zelden haar atelier, maar geven wel aan wat zij had kunnen bereiken als zij de ambitie had gehad zich daarin verder te ontplooien.
Hoewel Mies Elout in Domburg vrij teruggetrokken leefde, speelde zij een belangrijke rol als muze voor kunstzinnige en literaire vrienden als Toorop, Mondriaan, Arthur van Schendel en Rik Roland Holst - en als Moen voor haar naaste verwanten.
Het verhaal van haar leven en de werken die daarmee samenhangen, kunt u terugvinden in een publicatie die dezelfde naam draagt als de tentoonstelling.
Bovendien wordt daarin aandacht besteed aan de betekenis van Domburg in Europees verband en de Domburgse Tentoonstellingen in het verband van de kunstontwikkelingen in Nederland in de eerste helft van de twintigste eeuw.
Voor ik het woord geef aan Arthur van Schendel, wil ik graag enkele mensen een exemplaar van het boek aanbieden.
Het is helaas niet meer mogelijk het boek aan Frans Elout, met wie ik vele gesprekken over Domburg en zijn moeder heb gevoerd, te geven, maar gaarne bied ik het aan zijn zoon aan, Henri Elout.
Ook aan de kunsthistoricus Bram Hammacher, die mij herhaaldelijk op het hart drukte dit boek toch vooral te schrijven, kan ik de publicatie niet meer aanbieden. Ik hoop dat zijn echtgenote, Renilde Hammacher-van den Brande, het boek voor hem in ontvangst wil nemen.
Dan vraag ik Victor van Vloten naar voren te komen, omdat hij, in de rij van familieleden, aan de beurt is.
Ten slotte geef ik het boek graag aan Arthur van Schendel, de kleinzoon van de schrijver Arthur van Schendel, die zich tot mijn plezier bereid heeft verklaard deze tentoonstelling te openen.
Dank u wel.
![]() |
Tekst uitgesproken door Arthur van Schendel bij de opening van de tentoonstelling Moen. tussen Toorop en Mondriaan. De kunstenares Mies Elout-Drabbe 1875-1956 op 19 juni 2004 in het Marie Tak van Poortvliet Museum Domburg |
Dames en heren,
Ik weet niet hoe Mies Elout-Drabbe in uw leven gekomen is. Maar mij is zij met de paplepel ingegoten.
Net zoals Jan Toorop, Piet Mondriaan, Jan Vogelaar, Sári Goth, Jan Poortenaar, Willem Witsen en al die andere beeldende kunst vrienden die mijn schrijvende grootvader er op na hield en waarvan een aantal hem, mijn oma en hun kinderen geportretteerd heeft.
Overal bij ons in huis én bij Oma én bij tante Kennie hingen die portretten. Wij vonden dat normaal. Pas later ben ik gaan beseffen dat niet iedereen een Opa heeft die veel geportretteerd is, die boeken schreef en waar straten naar vernoemd werden.
Die portretten maakten wel dat Opa - die is overleden voordat ik geboren ben - toch veel dichterbij is gekomen dan anders misschien het geval zou zijn geweest, als er alleen een enkele foto was over gebleven.
Over Jan Toorop begreep ik al snel dat dat een heel bijzondere vriendschap geweest was. Hij was een huisvriend geworden die vaak én lang bij de Van Schendels in Ede logeerde, met de kinderen speelde, ze schetste en grapjes met ze maakte. Hij werd een soort oom voor mijn vader en mijn tante.
In ons ouderlijk huis hingen schetsbladen van Toorop uit Ede en Domburg, in het Stedelijk Museum was - en is - het grote, bekende, portret van Opa met een hoog voorhoofd en de felle rode das. In onze woonkamer hing Toorops monumentale portret van Oma.
Én er was in huis nog een portret van Oma. Maar wel veel kleiner. Getekend door Mies Elout-Drabbe. Haar naam klonk mij altijd mysterieus in de oren. Wie was die kunstenares? Hoe kende zij de Van Schendels?
Daar kon mijn vader wel wat over vertellen. Want hij had haar gekend. De Van Schendels gingen altijd in de zomer naar Domburg, ruim 90 jaar geleden. Waarschijnlijk op aanraden van Jan Toorop die daar in 1911 het Tentoonstellingsgebouw oprichtte.
En dat, dames en heren, maakt dat wij hier nu met z'n allen staan.
Uit de verhalen van mijn vader, mijn tante en mijn oma kreeg ik een beeld van: In de bolderkar naar het strand, zandtaartjes bakken. Boterbabbelaars sabbelen. Dansen op het Kinderbal met je mooiste jurk aan. Logeren bij tante Bine de Sitter in de Zuidstraat. De Zeeuwse vrouwen in kostuum, met oorijzers en witte kappen. Wandelen in de Manteling. Of naar het huisje van Toorop hoog in het duin, waar je zo'n prachtig uitzicht had en waar het altijd zo gezellig was met Jan.'
Mijn vader, tante en Oma spraken ook met warmte over Mies Elout-Drabbe, maar ik wist weinig meer van haar dan dat ze een dierbare vriendin uit Domburg was geweest die schilderes was en een leerling van Toorop. Van haar werk kenden we één voorbeeld goed: het prachtige kleine portret van Oma, dat ik zo net noemde en dat nu op de tentoonstelling te zien is.
Wie was Mies Elout-Drabbe en waaruit bestaat haar oeuvre? Ik kwam het niet vaak tegen op tentoonstellingen en in musea. Een mysterie dus. Voor haar werk is tot nog toe vrij weinig aandacht geweest. Ze is in de schaduw van haar leermeester Toorop gebleven.
En meer dan die paar werken die in het bezit van onze familie zijn zag ik nooit.
Dus u begrijpt dat mijn hart sneller ging kloppen toen zo'n jaar geleden het contact ontstond met Francisca van Vloten. Zij heeft consciëntieus en uitvoerig onderzoek gedaan naar het leven en werk van Mies Elout-Drabbe.
Het resultaat is deze tentoonstelling en de kloeke catalogus.
Daardoor valt nu het volle licht op Mies Elout-Drabbe, haar ideeën, haar werk, haar vriendschappen.
Het mysterie wordt opgelost. Het gat in mijn kennis wordt gevuld en ik denk ook in die van u.
En daarom ben ik blij dat deze weinig bekende schilderes deze zomer - in haar eigen Domburg met een tentoonstelling wordt geëerd in dit bijzondere tentoonstellingsgebouw dat na een kleine eeuw nog steeds de functie vervult die de oprichters voor ogen hadden.
Ik nodig u nu graag uit om het werk van Mies Elout-Drabbe en dat van haar vrienden en collega's te gaan bekijken.